Zout als ultieme businesscase

article
published at 14-01-14, by Grensverleggers Redactie

India is de derde grootste zoutproducent ter wereld. Tienduizenden kleine boeren verdienen er hun geld mee. Nick van der Velde van Chakri Originals koopt zout voor een eerlijke prijs en zet het op een moderne, westerse manier in de markt. “De mogelijkheden om grote sociale impact te bereiken is gigantisch. Als het aanslaat wordt iedereen er beter van.”

Zout maken is simpel, vertelt Chakri-oprichter Nick van der Velde. “Je haalt zeewater uit een put, laat de zon het verdampen en het zout blijft over. Maar het kost veel energie om het water uit die put te pompen. De meeste kleine boeren doen dat met de hand. Om genoeg zout te winnen om van te leven ben je zo’n 8 uur per dag bezig.

Vanuit Team FOURD, een studentenproject van de TU Delft, kwam ik in aanraking met een paar boeren die een windmolen hadden bedacht met een pompsysteem. Aanvankelijk van simpele materialen zoals bamboe, maar met de hulp van de NGO GIAN en ons team zijn ze nu van staal, groter en effectiever. En veiliger. Bijvoorbeeld de wieken, die hingen gevaarlijk laag en er zat geen rem op. Dat hebben we aangepast. Inmiddels zijn er zo’n 50 van die molens in gebruik.”

Het grotere plaatje

“Ik houd me bezig met strategic product design. Dus ik kijk niet alleen naar het ontwerp van de windmolens, maar ook naar het grotere plaatje. Sinds augustus 2013 woon en werk ik in Gujarat, in het westen van India. Ik heb veel tijd met de boeren doorgebracht, en kreeg zo ook beter hun leven in kaart. Daardoor zag ik ook hun werkelijke uitdaging, hun dagelijkse leven. Ze waren vooral bezig met de zoutproductie, maar daar houdt het natuurlijk niet bij op. Het moet ook verkocht worden. Door de windmolens hebben ze daar meer tijd voor.”

Extreem laag

“Maar de prijs die tussenhandelaren betalen is extreem laag. Voor 10.000 kilo zout krijgen de boeren 3.000 roepie, zo’n 35 euro. Een gemiddelde boer produceert zo tussen de 30 en 40 duizend kilo per jaar, drie tot vier vrachtwagens vol. Daarmee verdienen ze dus een inkomen van 120 tot 160 euro. Veel te weinig om een goed bestaan op te bouwen.”

Geen voortrekkerij

“Wij betalen 3 keer zo veel. Dat is een begin. Uiteindelijk zijn de boeren zelfstandig in staat om hun positie in de keten te verbeteren: ze kunnen straks zelf hun zout verpakken in Chakri verpakkingen. Zo hebben ze meer invloed op de keten en ontvangen ze hogere marges. We hebben een gemeenschap van 20 producenten. Als we een paar duizend kilogram kopen, betrekken we van iedere boer een deel. Zo trekken we niemand voor, we willen een collectief project.”

Lange adem

“De mogelijkheden om grote sociale impact te bereiken is gigantisch. Maar het is een illusie om te denken dat je hun levens in een half jaar of een jaar echt kunt verbeteren. Daar is een lange adem voor nodig. Ik heb dan ook geen plannen om terug te verhuizen naar Nederland, ik blijf hier zolang als het nodig is.”

Surrealistisch

“Hier, dat is Ahmedabad, hoofdstad van de deelstaat Gujarat in het westen van India. Er wonen 6 miljoen mensen, maar het lijkt in niks op een Europese stad. Hier draait het vooral om business. Best surrealistisch. Je kunt hier geen alcohol krijgen en er zijn geen cafés, bars, discotheken of andere sociale hangouts. Voor toeristen is er niks te doen, die zie je dan ook bijna niet.”

Uit eten gaan

Het is hard werken met weinig vrije tijd. Van 9 tot 19u ben ik bezig, en daarna eigenlijk ook. Ik reis veel, want de afstanden zijn groot. Van Ahmedabad naar de zoutfabrikanten ben je bijvoorbeeld al 12 uur onderweg. ’s Avonds spreek ik vaak af met andere ondernemers, of mensen die me kunnen helpen met de zaak. Dat is ook mijn voornaamste sociale activiteit hier, uit eten gaan bij restaurantjes of stalletjes aan de straat. Zo combineer ik werk en privé. En bij sommige restaurants gebruiken ze mijn zout, dat is mooi om te zien. Ik hoef dus niet te zoeken naar een hobby. Maar dat is niet erg, breaks komen later wel. Het moet nú gebeuren.

Zwaar ouderwets

“Elk jaar gaat er alleen al in deze streek een miljoen kilogram zout doorheen. Maar het huidige aanbod is zwaar ouderwets. Door eigen onderzoek weten we zeker dat er ruimte is voor moderne producten. Wij leveren ons zout bijvoorbeeld in hersluitbare zakjes en in molentjes. Dat is handig voor in de horeca. Het wordt bovendien milieuvriendelijk gewonnen, we zijn fairtrade gecertificeerd en de consument kan via een code op de verpakking precies zien waar het vandaan komt en hoe wij de boeren proberen te helpen. En alles in een aantrekkelijk professioneel design, door de Tilburgse ontwerpstudio Van Heertum.”

“Die toegevoegde waarde is een belangrijk onderdeel van onze businesscase. Met de hulp van social business incubator Enviu scherpen we onze strategie steeds verder aan. Fairtrade, milieuvriendelijk en gezond zijn dingen die ook in West-Europa erg in trek zijn, dus ik praat ook met Nederlandse en Duitse importeurs. In India richten we ons vooral op de grote steden, waar de iets rijkere middenklasse zit. Mumbai, Delhi, Bangalore, enzo. Ik ga regelmatig met samples langs bij restaurants en kleine kruideniers, de zogenaamde provision stores, en ook supermarkten, al zijn er daar nog niet zo veel van. We zijn nu al te koop in zo’n 20 winkels, en als het goed gaat worden dat er veel meer.”

Biologische peper

“Behalve zout hebben we nu ook biologische peper in het assortiment, en we willen verder uitbreiden met meer kruiden en specerijen. Onze grootste uitdaging nu is het opschalen van de distributie en de verkoop. Daar besteed ik dus veel tijd aan. Want ik en de boeren zijn niet geholpen met 100 zakjes per week, duizenden en tienduizenden is beter. Ik zoek nieuwe partners en investeerders, in Nederland en hier, die het zowel zakelijk als persoonlijk interessant vinden. Dat is weer een avontuur apart.”