WC-blok als goudmijn

article
published at 08-04-14, by Grensverleggers Redactie

Aart van den Beukel, eerder eigenaar van koffie & bagel barretjes in Amsterdam, levert publieke toiletten aan sloppenwijken van Accra, Ghana. Van het menselijk afval uit de toiletten wordt compost en biogas gemaakt. "Met het biogas leveren we vanaf volgend jaar stroom aan de locale energiemaatschappij. Daarmee is het businessmodel rond."

"Geld verdienen aan publieke toiletten in sloppenwijken is niks nieuws. Vaak zijn de bestaande toiletblokken eigendom van gemeenten en soms van ondernemers. Mensen betalen 10 cent per keer aan de toiletjuf. Daarvoor krijgen ze 4 velletjes wc-papier en mogen ze gebruik maken van een rijtje smerige wc’s, uitlopend op een open riool.

De toiletblokken worden slecht onderhouden en niet (goed) schoongemaakt. Toch maakt 70% van de bewoners in de sloppenwijken van Accra er gebruik van. Ze hebben geen eigen wc en wonen zo dicht op elkaar – zo’n 240.000 duizend mensen op 4 km2 – dat er weinig alternatieven zijn. Dat veroorzaakt natuurlijk allerlei ziektes. Kinderen zijn continu aan de diarree."

"NGO's hebben eerder nieuwe toiletblokken neergezet, maar dat gaat vaak mis vanaf het moment dat ze worden overgedragen aan gemeenten of lokale franchisenemers. Die investeren het geld liever in andere zaken dan onderhoud.

Wij willen schone toiletten aanbieden tegen concurrerende tarieven, met een goede businesscase. Het moet kunnen draaien zonder de grillen van subsidies en politiek. Met biogascentrales verwerken we het menselijk afval tot stroom die wordt verkocht aan het grootste energiebedrijf van Ghana, Electricity Company of Ghana. De compost wordt geleverd aan lokale landbouw. Als die inkomstenbron aan de achterkant goed werkt, kunnen we aan de voorkant kwaliteit blijven leveren.

Voordat ik hieraan begon was ik nog nooit in Afrika geweest. Nu kom ik 6 tot 7 keer per jaar in Accra. De sloppenwijken lijken veel op elkaar, ook de wijze waarop ze bestuurd worden. Vaak heeft een sloppenwijk een eigen burgemeester en wijkpolitiek. En mensen zijn er heel inventief; als er ergens iets wordt bedacht, is het in sloppenwijken. Overal wordt geld aan verdiend."

"Je krijgt er veel te maken met corruptie, ook machtscorruptie. Als buitenstaander zijn zaken lastig te regelen en het is moeilijk een gevoel te krijgen bij wat echt is. Zelfs documenten waar je met veel moeite handtekeningen op hebt gekregen, kunnen niet rechtsgeldig zijn. Het heeft ons twee jaar gekost, voordat we een stuk grond hadden. En soms krijgen we een wijkbestuurder op bezoek die zegt: ‘ik krijg nog geld van jullie’. Wij betalen niks wat lijkt op corruptie, daar moet je aan vasthouden. Dat is ook één van de redenen waarom ons bedrijf in Ghana bestaat uit lokale mensen.

Met de juiste samenwerkingspartners en medewerkers communiceert het wel heel prettig. Anders dan in Aziatische landen, kan ik in Ghana makkelijk ‘levelen’ met de mensen. We hebben dezelfde soort humor en kunnen makkelijk grappen maken. Dat helpt natuurlijk in je werk. Mensen zijn ook toegankelijk; je hebt zo een afspraak. Die wordt dan wel weer net zo makkelijk afgezegd of onderbroken."

"Elke dag ben ik één of twee uur aan het bellen of skypen met Ghana. En als ik er een week zit worden er beslissingen gemaakt. Daar is het hele programma dan op gericht; we gaan heel efficiënt te werk. Wat roet in het eten kan gooien is het verkeer. Overal zijn opstoppingen. Ook op de route van de haven naar de stad. Ik begrijp daar niks van; goede infrastructuur lijkt me een voorwaarde voor economische groei.

Op het moment hebben we drie publieke toiletblokken staan met in totaal 35 wc’s. En er wordt een grootschalige verwerkingsinstallatie gebouwd die in 2015 operationeel is. Vanaf dan verwerken we per dag zo’n 25.000 kg afval tot organische mest en stroom. Daar kunnen dan zo’n 75.000 mensen in de wijk gebruik van maken. Dat zijn behoorlijk wat lichtpuntjes."

Lees hier meer over Safisana.