Sociaal ondernemers, echte mensenmensen

article
published at 20-05-16, by Joost de Kluijver

"Leuk en aardig hoor, dat sociaal ondernemen, maar wat houd je er nou aan over?" Een niet geheel onbekende vraag voor sociaal ondernemers.

Men wil dan meestal weten of je geld verdient (want dat is bah!) of ze willen controleren of je wel een business case hebt. Ik hoor vaak: "maatschappelijke doelen zonder business model, dat kan echt niet meer". Ik zou daarop willen zeggen: vertel dat maar tegen hulpbehoevenden in ontwikkelingslanden ("sorry, jongens… Eerst een business model, dán eten!"). Maar goed, ik dwaal af.

Terug naar de hoofdvraag: wat houd je er aan over? Nou, als ik mijn auto vergelijk met die van leeftijdsgenoten die richting de oude economie zijn gegaan, is wel duidelijk dat het grote geld aan mijn sector voorbij gaat.

Een goed gevoel over jezelf dan misschien? Ik geloof niet dat dat een gezonde drijfveer is om aan de slag te gaan met andermans problemen... Ik zou dat met name aan mijn sollicitanten moeten uitleggen, de motivatiebrieven met “Ik wil iets goeds doen” vliegen mij om de oren. En bovendien slaagt nog geen 10% van de social start ups om een deuk in welk pak boter dan ook te slaan. Dus de kans dat je er een goed gevoel aan over houdt, is beroerd (ontluikende burnout symptomen, daar is de kans groter op).

Motivatie

Maar er moet iets zijn, toch? En om het beeld te voorkomen dat deze blog volkomen nutteloos is, alvast het antwoord: ja. Wat ik namelijk terug zie in presentaties van bedrijven met gave missies, is dat er een hoop mooie contacten door ontstaan. Of, iets begrijpelijker: je leert veel interessante mensen kennen.

Is dat het nou? Je leert mensen kennen… Klinkt misschien wat tam. Toch is het genoeg motivatie om elke dag weer alles te geven voor mijn toch ietwat simplistische bedrijf (we verzamelen afval telefoons).

Mensen

Mensen. Iedereen spreekt toch mensen? Mensen zat: op het bedrijf, op straat, in de metro (vaak veel te veel zelfs). Klopt natuurlijk. Maar mijn bedrijvigheid leidt er toe dat ik mensen uit allerlei verschillende landen en culturen spreek.

Zoals de man uit Ghana die in het Westen studeerde en werkte en toen een belletje kreeg dat hij naar huis moesten komen: zijn moeder was ziek. Bij aankomst hoorde hij dat hij gekroond was tot de nieuwe koning van zijn stam (mannetje of één miljoen) en dus de rest van zijn leven beladen met goud naar ceremoniële bijeenkomsten moest.

Of de jongen die naar Kampala (Oeganda) was gekomen, met een fiets. Die fiets gebruikte hij vervolgens om tegen vergoeding mensen en spullen te vervoeren, waarna hij een motor kon huren, om vervolgens genoeg te verdienen om een motor te kopen. Hiermee ging hij tours verzorgen voor toeristen. Nu 5 jaar later heeft hij het grootste motor-touringbedrijf van Oeganda.

En dan de man (klopt, ik kom wel wat weinig vrouwen tegen in mijn business) uit Nigeria. De eerste die een gat in de markt zag om gebruikte elektronica naar zijn land te brengen. Daar veel te rijk mee is geworden en nu, zoals het hoort, een plek in de politiek heeft gekocht (ik schijn hem met excellentie te moeten aanspreken).

Of de man die mij hielp in contact te komen met de eerste telefoonreparatiewinkeltjes in Tanzania, waar we langs gingen op zijn motor (“the fastest way to leave your legs in Tanzania”). En mij toen uitlegde hoe Afrikanen tegen duurzaamheid aankeken (samengevat: anders).

India

Ik denk dat mijn punt nu wel duidelijk is. Maar aangezien ik toch bezig ben: India (waar ik zit). Ik kan zeggen: mocht je ook maar enige interesse hebben in het menselijk ras, dan is dit jouw walhalla!

Hoe groot is de kans dat je met de verantwoordelijke persoon voor duurzaamheid van één van de grootste bedrijven ter wereld – Tata Group - in gesprek komt? Of dat je met een onderwerp bezig bent dat mensen in de slums aanspreekt? Of dat je gevraagd wordt om naar India te komen – voor mij de eerste keer – om aan die andere kant van de wereld te vertellen welk probleem je probeert op te lossen met jouw bedrijf? Het antwoord op deze lichtelijk retorische vragen: best groot, ten minste als je een social enterprise bent.

Samenvattend en afrondend: volgens mij zijn sociaal ondernemers mensenmensen (een woord dat je niet vaak genoeg kan gebruiken). Mensen die graag met mensen werken, voor mensen aan de slag willen, op plekken willen werken waar veel (en als het even kan flink veel verschillende soorten) mensen zijn. Die mensen, die maken het voor mij lonend genoeg!