Ranking the stars, maar dan voor schepen

article
published at 24-05-16, by Grensverleggers Redactie

Ranking the sta... uh, ships! Alleen dan zonder Paul de Leeuw. Als het aan Eelco Leemans en Mark Spetter ligt, hartstikke haalbaar; een internationale MVO-index om schepen te ranken.

De maritieme sector móét verduurzamen. Eelco Leemans, eigenaar van Leemans Maritime Consultancy: “Als de maritieme sector nu niet zelf het heft in handen neemt, komt ze vanzelf in het verdomhoekje terecht. Dan gaat ze ooit flink afgerekend worden op zaken als CO2-uitstoot, zwavel en roet. Kijk alleen al naar de documentaire Sea Blind. Daarom kun je maar beter proactief met verduurzaming aan de slag.”

Soortgelijke geluiden zijn te vinden in het rapport Ranking the Ships van Eelco Leemans en MVO-adviseur Mark Spetter. Zo zegt Thom Koning van Heerema daarin: "Sustainability performance of ships is the next step in the development of the company and a future selling point". En Peter Mollema van het Havenbedrijf Rotterdam: "Our license to operate/license to grow is an important driver for the Port: we do not want environmental conditions to slow down our economy".

Havenkorting

Kortom, de toekomst ligt bij duurzame schepen. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want hoe meet je de duurzaamheidsprestatie van een schip precies? Tot op heden baseert de sector zich op internationale verdragen en wetgeving, en een aantal marktinitiatieven.

Spetter: “Verdragen en wetgeving zijn weliswaar belangrijk, maar het zijn basale eisen die zelfs voor de meeste ‘achterblijvers’ haalbaar zijn. De techniek is al veel verder. Bovendien zijn de verdragen gericht op maar een paar duurzaamheidaspecten zoals luchtemissies. En dat terwijl de duurzaamheidsimpact van een schip veel breder is. Die heeft ook te maken met bijvoorbeeld energie, de arbeidsomstandigheden bij het slopen, het type materialen, het omgaan met ballastwater, afval en et cetera."

Indicatoren

Prestatie-indicatoren die – vrijwillig – door de voorlopers worden gebruikt, gaan altijd verder dan de genoemde verdragen. Leemans: “Je hebt bijvoorbeeld de Green Award. Dit is een indexeringssysteem dat milieu-, veiligheids- en managementeisen stelt aan schepen. Schepen met een Green Award krijgen korting op havengelden.

Iets anders is de Clean Shipping Index. Ladingeigenaren kunnen de milieucriteria van deze index gebruiken bij het contracteren van een rederij. Hiermee zorgt Volvo er bijvoorbeeld voor dat hun auto’s op een schone en verantwoorde manier worden vervoerd. Marktprikkels zorgen zo voor verduurzaming.”

Behoefte

Het onderzoek dat Spetter en Leemans in opdracht van MVO Nederland deden, moest de vraag beantwoorden of de bestaande vrijwillige systemen voldoen. En of er behoefte is aan een ambitieus, internationaal, overkoepelend label.

Conclusie is dat er in elk geval iets knaagt in de huidige situatie. Spetter: “Het feit dat er verschillende standaarden naast elkaar bestaan is niet fijn. De rekenmethodiek van standaard A wijkt net iets af van die van B. Meerdere systemen betekent ook meer administratie. Los daarvan is het zo dat de bestaande indexeringssystemen te beperkt zijn. In verschillende opzichten: of ze richten zich op maar een klein aantal duurzaamheidsaspecten, of ze hebben een te beperkte dekking. Er zijn maar 200 zeeschepen met de Green Award bijvoorbeeld."

Circumstantial evidence

Geen van de voor het onderzoek geïnterviewde organisaties noemde expliciet de behoefte aan een brede, internationale en overkoepelende standaard. Toch proeven de onderzoekers die tussen de regels door wél.

Leemans: “Circumstantial evidence dus. We merken dat de maritieme sector niet altijd blij is met de verschillende huidige indices. De meesten stonden positief tegenover de suggestie van zo’n standaard, zeker de organisaties met duidelijke ambities op het gebied van verduurzaming.

Sommige bedrijven voegden daaraan toe dat als er een internationaal overkoepelend label zou moeten komen, dat in hun ogen niet van scratch af aan hoeft te worden opgezet. Elementen uit bestaande systemen kunnen worden gebruikt."

Lange adem

Voordat een eventueel internationaal Ranking-the-Ship-systeem realiteit is, moet er nog heel wat gebeuren. De eerste stap: draagvlak zien te krijgen. Spetter: “Het moet kunnen, zo’n breed gedragen internationaal label. Kijk maar naar bijvoorbeeld de bouwsector, waar de BREEAM-standaard is ingevoerd en waar de scheepvaart zo’n 15 jaar op achterloopt.

De visserij heeft door een marktinitiatief het MSC-label internationaal van de grond gekregen. In deze fase zit de crux in het bij elkaar zien te krijgen van de juiste mensen en de juiste partijen. MVO Nederland zou een leidende rol op zich kunnen nemen. Hoe dan ook is het zaak om alle partijen met verschillende belangen om tafel te krijgen. Denk aan havens, rederijen en ladingeigenaren. En de internationale industrie mag absoluut niet ontbreken. Dus de IMO, de Sustainable Shipping Initiative, dat soort partijen.”

Mensen en middelen organiseren

Als die fase goed verloopt, zou volgens Leemans en Spetter in 2017 gestart kunnen worden met de ontwikkeling van een internationale standaard. Leemans: “Met zo’n systeem zouden we op een eenduidige manier verschillende duurzaamheidsaspecten van een schip kunnen vaststellen. Daarna is het aan de voorlopers in de maritieme sector om het nieuwe label ook daadwerkelijk te gebruiken. Zij zetten dan de nieuwe standaard en dat heeft een opwaartse druk voor verduurzaming tot gevolg.”

Spetter vult aan: “Gezien het internationale karakter en de complexiteit van de sector is het een zaak van de lange adem. Nu is het vooral belangrijk om mensen en middelen te organiseren. We nodigen bedrijven graag uit om met ons mee te denken!”

Geïnteresseerd om mee te denken? Neem voor meer informatie contact op met de netwerkmanagers maritiem van MVO Nederland; Mieke Bakker m.bakker@mvonederland.nl en Marjolein van Gendt m.vangendt@mvonederland.nl.