Profit, profit en een beetje planet

article
published at 04-08-15, by Grensverleggers Redactie

Regelmatig vraagt men mijn mening over wie het meest schuld heeft aan de slechte arbeidsomstandigheden in de textiel- en kledingindustrie. Of over het grote aantal kinderen dat in de fabrieken werken. Is het de fabrikant, het modemerk, de regering of misschien de consument? Vaak vraag ik dan: “waarom noem je niet de werknemer”? Dan blijft het stil.

Geschreven door Nassira Boudhan

"Wie heeft er 100 jaar geleden voor gevochten dat wij nu kunnen stemmen", vraag ik dan. Dat deden de duizenden vrouwen die werkzaam zijn in de textiel- en kledingindustrie. Zij vochten zelf voor hun rechten! Maar als je nauwelijks kunt lezen of schrijven, dan weet je niets van je recht op eerlijke beloning. Of van je recht op een veilige werkplek en educatie voor je dochters. In de huidige textiel- en kledingindustrie is meer dan 80% van de werknemers vrouw en kan ruim 50% niet of nauwelijks lezen of schrijven. Al op jonge leeftijd starten meisjes in de fabrieken en ateliers. Vaak om de onderdrukking en armoede te ontvluchten.

Educatie

Tijdens mijn zoektocht naar leveranciers voor mijn modeartikelen ben ik kritisch geworden op goedbedoelde campagnes om de modesector te verduurzamen. Veelal gaat het om profit, profit en een beetje om planet. De campagnes die gericht zijn op people gaan vaak over meer werkgelegenheid, het tegengaan van kinderarbeid en het bevorderen van eerlijke beloningen. Maar dat werkt alleen als ook wordt ingezet op educatie.

Zonder educatie hebben termen als zelfstandigheid en zelfredzaamheid van een vrouw een slechte associatie. Ze staan dan gelijk aan een vrouw die rebels is, slecht voor haar familie zorgt en geen oog heeft voor haar man en kinderen. Zo'n vrouw wil je niet zijn, dus blijf je keihard urenlang werken om ervoor te zorgen dat jouw gezin of familie kan eten en een dak boven hun hoofd hebben. Als het loon niet voldoende is, gaan je kinderen mee naar de fabriek om te helpen.

Overleven

In het westen richten wij ons op uitbuiting en kinderarbeid en daar hebben we inmiddels allerlei prachtige akkoorden en internationale afspraken voor opgesteld. In de praktijk gaat het om overleven. Zelf schreef ik mij als zesjarige in op de basisschool, terwijl het toen 'not done' was om als meisje naar school te gaan. Deed ik dat bewust of was ik eigenwijs? Ik wilde graag spelen met een buurmeisje dat wel naar school mocht, omdat zij met haar broers mee kon lopen. Op school aangekomen kreeg ik les. Ik vond het leuk en bleef, ondanks de straf die ik thuis kreeg.

Thuis blijven

Vandaag de dag zie je dat meisjes uit mijn geboortestreek wel naar de basisschool gaan, maar de volgende stap naar het voorgezet onderwijs of de universiteit is bijna onmogelijk. Hoewel ieder meisje tot zestien jaar leerplichtig is, wordt het vanaf ongeveer elf jaar geacht thuis te blijven. Op haar elfde is ze vaak zichtbaar vrouw aan het worden. Ze moet zich dan voorbereiden op een huwelijk, kinderen krijgen en het huishouden.

Schande voor de familie

Wat gebeurt er met je als je niet ten huwelijk wordt gevraagd? Of als je verliefd wordt en jouw prins na alle passievolle nachten jou ontmaagdt, maar daarna toch kiest voor een ander meisje als zijn vrouw? Je bent dan een ongetrouwde vrouw en dus een schande voor de familie. Nog erger! En wat gebeurt er met je als je verkracht wordt en zwanger blijkt te zijn? Meisjes die geluk hebben, blijven leven, worden verbannen en gaan hun geluk zoeken in de grote stad.

Sara is zo’n meisje. Zij liep op haar vijftiende weg van haar ouderlijk huis en kwam terecht in de stad. Via allerlei huishoudelijke baantjes bij families, die haar niet altijd even goed behandelden, kwam ze terecht bij een groot textielbedrijf. Toen ze geen huishoudster meer was, had ze ook geen plek om te slapen. Ze zocht allereerst naar een ruimte die ze voor een paar uur kon huren om te slapen. Zodra de huurtijd om was, werd ze gewekt door de volgende huurder van het bed. Soms waren dit vrouwen die net als Sara waren weggelopen, omdat ze verkracht zijn of zelfs een kind hebben (een 'bastaard').

Bange merken

Vrouwen zoals Sara werken dag en nacht aan de kleding, de schoenen, de tassen en andere modeartikelen die jij en ik dragen. Inderdaad, ze werken ook voor de grotere merken. En van de duizenden merken weten maar weinig modebedrijven wat er zich afspeelt in de fabrieken waar ze mee samenwerken. Of ze willen het niet weten.

Beseffen ze wat de toegevoegde waarde is van een geschoolde werknemer? Een geschoolde werknemer zorgt voor verbetering van de kwaliteit van hun producten, maar ook voor het verminderen van 'waste': ze gaan efficiënter om met tijd en materiaal en zijn gemotiveerder.

Opstandig

De merken denken vooral dat geschoolde werknemers een hoger loon willen en dat ze daardoor hun productie moeten verhuizen naar een land waar de lonen lager zijn. Ook tijdens mijn gesprekken met fabrikanten, kreeg ik te maken met wantrouwige directeuren. Directeuren die bang zijn dat hun medewerkers na scholing opstandig zouden worden, op zoek gaan naar een betere baan of salarisverhoging. Deze directeuren waren vooral erg bevreesd dat hun bestaande afnemers op zoek zouden gaan naar een goedkopere leverancier. En dat in een tijd waarin de textielindustrie veel te verduren heeft.

Ik ben gelukkig ook fabrikanten tegengekomen die met mij naar mogelijke oplossingen zochten en duurzaamheid wél serieus nemen. Zo kwam één van de oplossingen na een interview op de radio. Zeven docenten meldden zich vrijwillig aan om naast hun werk les te gaan geven. Inmiddels krijgen Sara en haar collega’s één keer per week twee uur les van een docenten. Gewoon in het atelier. Zo simpel is het, maar je moet er wel in willen investeren. Wat zou het toch mooi zijn als merken, fabrikanten, consumenten, politiek en de werknemers zelf iets meer investeren in de basis. In educatie voor de vrouwen, voor de volgende generatie!