Meccanobruggen voor Ethiopië

article
published at 17-10-14, by Grensverleggers Redactie

Ethiopië heeft haast om af te rekenen met een tekort aan infrastructuur en voedsel. Duurzame oplossingen zijn daarbij welkom, weten Nederlandse ondernemers die actief zijn in een van de snelst groeiende economieën van Afrika.

De economie van Ethiopië is in de afgelopen jaren sneller gegroeid dan die van de BRIC-landen. Het land wil de uitzondering zijn en een groeiende economie laten samengaan met MVO. De regering heeft een ambitieus programma ontwikkeld om het land in 2025 op klimaatneutrale wijze getransformeerd te hebben van laaginkomens- naar middeninkomensland.

Kansen

Dat biedt duurzame ondernemers kansen, bijvoorbeeld in de infrastructuur waarin jaarlijks het equivalent van twee derde van het bnp wordt geïnvesteerd. In 2015 telt het wegennet 136.000 kilometer, tegen 50.000 nu en het spoor is over zes jaar uitgebreid naar 5.000 kilometer tegen nu 800 kilometer.

Staalbouwer Dijkstaal uit Maassluis haakt met goedkope en eenvoudig te monteren stalen bruggen, verpakt als meccanodoos, in op de bouwdrift. Het ruim een eeuw oude familiebedrijf uit Maassluis zoekt het door de malaise in de Nederlandse bouwsector steeds vaker in Afrika. Vanwege het grote potentieel, en het gebrek aan kennis over bruggen bouwen. Het bedrijf heeft al voet aan de grond in Ghana en Kenia, en bij de Ethiopische regering ligt een offerte in de week voor een brug van 200 meter lengte. “Onze bruggen kunnen als tijdelijke oplossing dienen, en kunnen na een aantal jaren worden gedemonteerd en opnieuw aan een opkomend land worden verkocht,” zegt exportmanager Joris van Dijk van Dijkstaal.

Vallen en opstaan

Ondernemen, ook de duurzame variant, gaat in Ethiopië met vallen en opstaan, getuige plek 144 van de 150 landen in het Global Competitiveness Report van de Wereldbank. Valkuilen zijn de troebele regelgeving, bureaucratie, corruptie, slechte infrastructuur en het tekort aan geschoold personeel. Ondanks een duidelijke markt en bruggen met een aantrekkelijke prijs-kwaliteitverhouding is volgens Van Dijk een goed netwerk onontbeerlijk om zaken te doen in het land. “Wij moeten er heel hard aan trekken om projecten los te krijgen. Alles staat of valt met goede contacten. Alleen op het hoogste niveau worden beslissingen genomen. Op lagere niveaus durven mensen geen verantwoordelijkheid te nemen, maar moet je ze wel informeren. Dat kost tijd en energie,” zegt Van Dijk.

Behalve infrastructuur is de agrosector een troetelkindje van de Ethiopische regering. Hoewel het Oost-Afrikaanse land er veel aan is gelegen om de industrie en dienstensector op een hoger plan te krijgen, levert de landbouw de grootste bijdrage aan de economie. Aangetrokken door goedkope arbeid en een gunstig klimaat voor de teelt van groente, fruit en bloemen zijn in de afgelopen jaren veel Nederlandse agro-ondernemers neergestreken in de Hoorn van Afrika. Zo is een kwart van de sierteeltbedrijven in Ethiopië Nederlands, goed voor 50.000 banen. Samen met de Ethiopische regering heeft de branche MVO-beleid uitgestippeld op het gebied van arbeidsvoorwaarden en milieu. De Rijsenhoutse rozenkwekerij Linssen Roses heeft zich hard gemaakt voor de positie van vrouwen. Zij kunnen in het Ethiopische filiaal geen promotie krijgen of ontslagen worden door mannen.

Koffiebonen

Koffiebrander Guido van Staveren is in Ethiopië een vreemde eend in de bijt tussen de Hollandse gft-ondernemers. Het land is de bakermat van de Arabica-koffieplant en een belangrijke exporteur van onverwerkte koffiebonen. De veel lucratievere handel in geroosterde bonen wordt gedomineerd door enkele grote koffiebranders uit Europa en Noord-Amerika. Die dominantie wil Van Staveren met een lokale koffiebranderij doorbreken en samenwerkingsverbanden aangaan met Ethiopische koffieboeren die een deel van hun inkomsten investeren in verbetering van landbouw en leefomstandigheden. Max Havelaar 2.0? “Max Havelaar heeft 25 jaar lang geprobeerd om de keten te veranderen. Het resultaat is dat Nederland meer zogenaamd duurzame koffie drinkt, maar het zet geen financiële zoden aan de dijk. Koffiemultinationals betalen graag iets meer aan de boer om de opbrengst van de verwerking van bonen in eigen zak te kunnen steken. Zo blijven die landen van ontwikkelingshulp afhankelijk,” aldus Van Staveren.

De ondernemer wil een keten optuigen, die meer waarde achterlaat in koffieproducerende landen. De goede bedoelingen waarmee de lokale koffiebranderij en het koffielabel in 2014 zijn begonnen, hebben plaatsgemaakt voor gezonde ondernemerszin, zonder dat het sociale karakter van het bedrijf is verloochend. “In het begin steek je veel energie in het verschil willen maken en horden nemen. Nu ontstaat het gevoel dat Moyee Coffee's FairChain heel groot kan worden. Een lokale branderij heeft enorme impact op de hoeveelheid geld, die achterblijft in het koffieland. Zelfs als het maar om 5% van de wereldwijde koffiemarkt zou gaan, is het effect groter dan wat FairTrade kan bereiken.”