“Ik zoek Nederlandse bedrijven die écht oren hebben naar ‘groen textiel’”

article
published at 27-11-14, by Grensverleggers Redactie

Een volledig groen textielproductiebedrijf, deels in India, deels in Bangladesh. Die droom heeft Han Hamers op een haar na waargemaakt. Nu Nederlandse inkopers nog overtuigen…

“Op mijn eerste bezoek aan Bangladesh werd ik uitgenodigd om een productieruimte voor bedrijfstextiel te bekijken. Eerst moest ik flink bukken om onder de slechts 1.70 meter hoge deurpost door te kunnen. Wat ik toen zag? Tussen de 200 en 300 kindjes van een jaar of 8, 9. Zij waren aan het werk in een bloedhete ruimte zonder ramen, waar slechts een schemerig peertje aan het plafond brandde. Het liep al tegen middernacht…” Deze schrijnende situatie trof Han Hamers aan toen hij de mogelijkheden onderzocht om een deel van zijn productieproces van India naar Bangladesh over te hevelen.

In India heeft Hamers al sinds 2010 een ecologische textielververij, Mahan Ltd. Uniek: de ververij is volkomen milieuvriendelijk. Hamers: “Overal in de wereld waar textiel wordt geverfd, zie je dat het water wordt gedumpt. Vaak in een sloot achter de fabriek. In India doen we het anders. Het gebruikte water reinigen we op een biologische manier, zodat het weer gebruikt kan worden voor nieuwe processen. 95 procent van al het gebruikte water uit de ververij kunnen we op die manier hergebruiken. De overige 5 procent verdampt. Je hebt het dan al gauw over 1 miljoen liter water per dag dat je dankzij biologische reiniging opnieuw kunt gebruiken. Zonder dat je lucht, aarde of water vervuilt….”

Vrouwen op verantwoordelijke posities

Groen textiel uit India, het lijkt een goednieuwsshow. Toch hoorde Hamers bezwaren van inkopers uit Europa. “Over producten uit India moeten ze namelijk 9,8 procent aan invoerrechten betalen. Bij producten uit Bangladesh is dat 0 procent. Veel inkopers bleven dus liever zaken doen met Bangladesh.” Hamers ging onderzoek doen of niet een deel van zijn textielproductie in Bangladesh kon worden gedaan. Tijdens die zoektocht werd hij geconfronteerd met de eerdergenoemde barbaarse omstandigheden in het Aziatische land. Uiteindelijk vond hij een bedrijf waarmee hij, tot december 2014, productie kan onderbrengen. In die maand is het nieuwe productiegebouw van vijf verdiepingen klaar en vanaf dan gaat hij het radicaal anders gaat aanpakken.

Hamers: “Bij het productieproces wil ik toe naar een circulair proces, waarbij afval bruikbaar wordt gemaakt voor nieuwe producten. Ook wil ik dat het bedrijf female driven wordt, met meer vrouwen op verantwoordelijke posities. Verder kies ik voor de lean manufacturing-methode: mensen doen dan niet meer in lange rijen steeds hetzelfde werk, maar hebben verschillende soorten werk in kleinere werkunits. Dat maakt het voor hen afwisselend. Voordeel voor ons is dat de productiviteit omhoog gaat en dat ik startende Nederlandse ondernemers in textiel wat te bieden heb. Door dit systeem kan ik de door hen gewenste lagere textielvolumes aanbieden, iets wat ik met de oude methode niet kon.”

De living wage

Zeker ook op sociaal gebied gaat er een en ander op de schop. Even wat loongegevens uit Bangladesh: het minimumloon bedroeg er tot vorig jaar november omgerekend 30 euro per maand. Dat bedrag is verhoogd tot 50 euro per maand. Kinderen werken er voor, schrik niet, 5 euro in de maand. Hamers is van zins zijn medewerkers een living wage te bieden, een loon waarvan ze kunnen leven. “Dat is zo’n 80 euro per maand. Dat kunnen we betalen omdat we de productiemethode voordeliger maken door afval te shredden en te hergebruiken. Buiten de betere lonen gaan we zorgen voor een kok die maaltijden bereidt voor de werknemers, voor een dokter en voor een kinderopvangservice.” Het plaatje in 2015 zou er als volgt moeten uitzien: het verven van doek gebeurt in India, het snijden en confectioneren vindt in Bangladesh plaats, van waaruit het textiel vervolgens (tegen 0 procent invoerbelasting) naar Europa wordt vervoerd.

Het plaatje ziet er mooi uit, maar in werkelijkheid krijgt Hamers te maken met Nederlandse inkopers. En daar is hij niet bepaald mild over. “Zij zijn vooral prijsgericht en niet geïnteresseerd in onder welke omstandigheden een product is gemaakt. Daar kan de inkoper op zichzelf niet veel aan doen, zijn baas des te meer. Een inkoper is namelijk alleen maar goed als hij zo voordelig mogelijk inkoopt voor zijn baas.” Op de tegenwerping of daarmee niet alle inkopers over de niet-duurzame kam worden geschoren, reageert Hamers: “Echt, in Nederland hebben we een chronisch gebrek aan goede bedrijven. In Duitsland is dat al zo anders, daar is men veel groener ingesteld. Ik zoek in Nederland bedrijven die écht oren hebben naar ‘groen textiel’. Met hen wil ik in gesprek, om te laten zien hoe het anders kan en om te tonen hoe scherp ook onze prijzen zijn…”

The post “Ik zoek Nederlandse bedrijven die écht oren hebben naar ‘groen textiel’” appeared first on Grensverleggers.