Dit Nederlandse bedrijf verdient geld aan verantwoorde cholesterol

article
published at 28-10-16, by Grensverleggers Redactie

Dishman Netherlands wil verantwoord met cholesterol omgaan. Niet omdat ze last hebben van dit goedje. Ze verdienen juist geld aan de verkoop van cholesterol. Maar de productie kent duurzaamheidsuitdagingen, zoals ‘opgesloten’ personeel, dat gevaarlijke oplosmiddelen gebruikt.

“Wij produceren cholesterol en vitamine D-producten, met name voor de dierenvoedermarkt en de farmaceutische industrie”, vertelt Jeroen de Jong van Dishman Netherlands. Cholesterol is onder meer belangrijk voor het voer van garnalen. Zij hebben de stof nodig om te vervellen. Daarnaast kan met cholesterol vitamine D worden geproduceerd, en dat is aantrekkelijk voor farmaceuten.” 

Zo maak je cholesterol

Vitamine D wordt dus uit cholesterol gewonnen. En wolvet is weer de bron voor het winnen van dat cholesterol. De Jong: “Wolvet is de reststroom van wolwasserijen. Als je ruwe wol wast, houd je wolvet over. Vanuit het buitenland – Nieuw-Zeeland, Australië, China – krijgen wij dit wolvet in tankwagens aangeleverd. Vervolgens smelten wij die wol op om te kunnen verwerken. Na een lang chemisch proces – via verzeping, reiniging, kolomchromatografie en kristallisatie – houden we uiteindelijk cholesterol over.”

Voor het opsmelten van wolvet is veel energie nodig, een van de MVO-issues waar Dishman mee te maken heeft. “We hebben al veel gedaan om dit energiegebruik te beperken. We gebruiken nu schonere energievormen. Ook hebben we de processen efficiënter ingericht waardoor minder energie nodig is. Het destilleerproces vindt nu bijvoorbeeld in een gesloten omgeving plaats.”

Oplosmiddelen

Een groter probleem is het gebruik van oplosmiddelen.”Wolvet en producten die hieruit voortkomen, lossen niet op in water. Daarvoor zijn oplosmiddelen noodzakelijk. Probleem is dat de emissie van die – behoorlijk grote hoeveelheden – vluchtige organische stoffen schadelijk is voor het milieu. Bovendien zijn ze uiterst brandbaar.” En: oplosmiddelen worden gewonnen uit aardolie, een fossiele stof waarvan de voorraad eindig is. Daarom wil Dishman oplosmiddelvrij gaan werken. In 2030 moet dat gerealiseerd zijn.

Geen vluchtroute

Een laatste grote uitdaging voor Dishman is transparantie van de keten. De Jong: “Het meeste wolvet dat wij verwerken is afkomstig van wolwasserijen in China. Wij willen goed zicht hebben op bijvoorbeeld milieu- en personeelsaspecten daar. Vorig jaar hebben we een stagiair naar Australische schapenfokkers en Chinese wolwasserijen gestuurd om onze keten in kaart te brengen. Wat gaat er goed, wat kan beter?” Die stagiair kwam met interessante resultaten terug. “Wij hadden vooraf het idee dat het op milieugebied een bende zou zijn in China, maar dat viel reuze mee. Zo zijn de vergunningsvoorschriften voor wolwasserijen er streng. Bovendien zijn de boetes voor het overschrijden van de emissie-eisen er hoog.”

De omgang met het personeel laat daarentegen nog te wensen over. “Productiepersoneel in zo’n wolwasserij maakt lange werkweken van zes dagen. Omdat de medewerkers vaak niet uit de buurt komen, slapen ze op de campus. Het bleek dat deze campus ’s avonds om 22 uur met hekken werd afgesloten. Het personeel had in geval van nood geen enkele vluchtroute!”

Het moet gezegd: de betreffende wolwasserij was welwillend om de problemen snel te verhelpen. De Jong: “Veel van wat wij ze vertelden was vooral een eyeopener voor ze. Zoiets willen we met al onze ketenpartners doen. Geen diepgaande audits, eenzijdige controles en uitgebreide rapportages, maar dialoog. In gesprekken willen we ze bewust maken van MVO-issues en ze uitleg geven. Onze visie is dat je door onderling contact en goede gesprekken meer bereikt dan met lukraak wat normen opleggen.”