‘De stad heeft een platteland in de buurt nodig’

article
published at 20-01-15, by Grensverleggers Redactie

Vooruit naar vroeger. Zo is de loopbaan van boer Paul Bos samen te vatten, maar zo kun je ook de opgave voor stedelijke ontwikkelaars anno nu beschouwen. Een interview met Bos over internationaal toepasbare principes en kansen voor Nederlandse ondernemers: “Nederlandse ondernemers kunnen andere landen laten zien hoe dat zou moeten: je eigen land voeden."

Eerst even over je eigen geschiedenis. Je bent teruggekeerd naar de boerderij. Waarom?

Paul Bos: “Klopt, ik ben ooit opgegroeid op een boerderij in de buurt van Schiphol, in een tijd dat er nog nauwelijks verstedelijking was. Daarna ben ik zo’n 20 jaar weggeweest, voor een carrière in de journalistiek en communicatie. Ik heb op mijn veertigste besloten terug te keren naar het boerenleven, vooruit naar vroeger dus. Hoofdreden: plezier in mijn werk. Bij mijn adviesbureau merkte ik dat ik niet zag wat er precies gebeurde met mijn adviezen. Ik wilde terug naar de boerderij, om direct contact met mijn afnemers te hebben, plezier en betekenis in mijn werk te ervaren.”

Wat was er na 20 jaar afwezigheid veranderd?

“De verstedelijking was enorm opgerukt. Schiphol was flink uitgebreid, Hoofddorp was groter geworden. Daarnaast was er een andere ontwikkeling, namelijk dat steeds meer mensen geïnteresseerd waren in waar hun eten precies vandaan komt.”

Hoe heb jij op die andere wereld ingespeeld?

“Ik heb een schaapskudde en zo’n 30 hectare akkerbouwgrond. Daarmee ben ik lokaal gaan leveren. Zoals lamsvlees aan lokale restaurants en gezinnen, maar bijvoorbeeld ook mosterdzaad aan bedrijven in de buurt. Door deze werkwijze worden de ketens korter: ik zie nu precies wat er met mijn producten gebeurt. Omgekeerd weten afnemers exact waar hun product vandaan komt. Dat is een belangrijk doel, dat steden meer voedsel uit hun regio gaan halen. Als je bedenkt dat de afzonderlijke onderdelen van een gemiddelde maaltijd in Amsterdam in totaal 30.000 kilometer hebben afgelegd, is daar een wereld te winnen… Maar buiten dat zijn er nog veel meer voordelen van deze manier van werken.”

Zoals?

“Het creëren van werkgelegenheid, doordat er meer voedsel in de regio zelf moet worden verwerkt en opgeslagen. Maar ook meer verbinding tussen mensen: afnemers komen bijvoorbeeld geregeld kijken op de boerderij waar hun producten vandaan komen. Als gevolg daarvan gaan ze ook minder verspillen.”

Hoe kijk jij in het algemeen aan tegen de verhouding stad-platteland?

“Heel eenvoudig: de stad heeft een platteland in de buurt nodig. Vroeger konden steden alleen maar groeien als ze voedsel in de buurt hadden. Daarom is mijn visie ook samen te vatten als ‘vooruit naar vroeger’.”

Maar nu kunnen steden toch ook gewoon groeien als ze voedsel van ver halen?

“Dat kan, maar ik geloof dat die werkwijze op termijn niet houdbaar is. Neem Amsterdam. Uit onderzoek blijkt dat Amsterdam onder meer zo aantrekkelijk is omdat mensen snel in de regio kunnen recreëren, het platteland is vlakbij. Het is zo belangrijk om het platteland niet op te geven aan de verstedelijking, maar om het er juist een belangrijke plek in te geven. Voor recreatie, voor werkgelegenheid, voor educatie – ik stel mijn eigen boerderij graag open voor kinderen uit de stad – en voor het leveren van vers en gezond voedsel.”

Is deze visie ook op internationale schaal uitvoerbaar?

“Ik denk inderdaad dat de genoemde principes internationaal toepasbaar zijn. De groei van de wereldbevolking blijft toenemen, de verstedelijking ook. Het platteland moet integraal onderdeel worden van die stedelijke ontwikkeling. Mijn filosofie is dat op termijn elk land zichzelf zou moeten kunnen voeden. Dan heb je een wereld zonder al die miljoenen internationale transportbewegingen en dus met minder milieuvervuiling, met eigen kringlopen, hergebruik van afval en minder verspilling.”

Welke kansen liggen hier voor Nederlandse ondernemers?

“Er liggen er meer dan genoeg, want Nederland is nu nog een uitzonderlijk exportland. Nederlandse ondernemers zouden aan andere landen kunnen laten zien hoe dat zou moeten: je eigen land voeden. Kijk naar de Randstad, dat is in feite één grote stad en heeft met het Westland en het Groene Hart een enorme potentie. Van oudsher zijn de boeren en tuinders in deze regio sterk exportgericht, maar veel van hen hebben het moeilijk, zoals door de exportbeperkingen naar Rusland. In mijn ogen is het voor deze groep een grote kans om rechtstreeks voedsel te gaan leveren aan de eigen populatie. Een behoeftegerichte bedrijfsvoering dus in plaats van een aanbodgerichte. Daar is een omslag in denken en handelen voor nodig, maar ik ben ervan overtuigd dat die beweging gaat komen.”