“De bouwwereld heeft de naam hard te zijn, daar heb ik moeite mee”

article
published at 04-12-14, by Grensverleggers Redactie

Sociale en duurzame woningbouw in Midden- en Zuid-Amerika. Voor Dennis Rietveld, CEO van Rietveld Group, betekent dit geen abstracte droom, maar een concrete kans. Hij legt graag uit waarom.

Jullie richten je vooral op bouwprojecten in het buitenland, en minder op Nederland. Waarom eigenlijk?

Rietveld: “Lange tijd waren we wel vooral in Nederland actief. Toen kwam de crisis, die vooral de bouwsector erg raakte. In combinatie met mijn idealisme om iets voor anderen te betekenen, verlegde ik mijn blik naar het buitenland.”

Nu is het buitenland groot. Hoe kwam je in Zuid-Amerika terecht?

“Dat had deels te maken met mijn zakenpartner, Mateo Balbuena Gutierrez en Carolina Franco, die respectievelijk uit de Dominicaanse Republiek en Colombia komen. En deels met het feit dat Zuid-Amerika in mijn ogen wat onderbelicht is op MVO-gebied. De focus ligt vaak op Afrika of Azië, terwijl er – om maar wat te noemen – ongelofelijk veel woningnood is in Zuid-Amerika. Om een voorbeeld te geven: in Colombia zijn er zo’n 2 miljoen families die geen goed onderkomen hebben. Door armoede, om politieke redenen, of vanwege natuurverschijnselen als overstromingen.”

Je opereert vooral in Colombia en de Dominicaanse Republiek. Wat willen jullie daar precies?

“Sociale woningbouw ontwikkelen voor de armen en de mensen met lage inkomens.”

Maar hoe verdien je daaraan als ondernemer?

“Dat doen we door daarnaast exclusievere woningen te bouwen, voor de middeninkomens. Met de marges op die woningen kunnen we iets verdienen en tegelijkertijd de sociale woningbouw financieren. In de Dominicaanse Republiek hebben we een concreet project, waarbij we maar liefst 11.000 appartementen mogen bouwen. Begin 2015 start de bouw van 450 appartementen van dat project. Dat betreft eigenlijk ‘semi-sociale’ bouw, voor de inkomens tussen ‘laag’ en ‘midden’.”

Geen echte sociale woningbouw dus?

“Nee, daar heb ik zelf ook wel even mee geworsteld. Maar onze visie is dat we eerst maar eens goed voet aan de grond willen krijgen in die landen. Eerst concreet gaan bouwen in dit project dus, en dan met de winst ervan gaan werken aan nieuwe projecten, want dat is echt ons doel. We willen stap voor stap te werk gaan. Uiteindelijk willen we toe naar een situatie met sociale woningbouw waarin wij zo dicht mogelijk bij de eindgebruiker staan. Zonder dat bijvoorbeeld allerlei overheden en projectontwikkelaars ertussen zitten en een graantje meepikken dat ten koste gaat van degene die de woning huurt of koopt.”

Is er ook een duurzame component aan dat eerste project?

“Ja, je moet het project zien als een aantal woonblokken op een terrein met veel groen (zie de impressie boven aan dit artikel, red.). Die groenzones hebben we bewust aangelegd. Ze absorberen namelijk warmte, waardoor er minder gebruik hoeft te worden gemaakt van airco’s in de huizen. Dat is namelijk dé grote energiekostenpost in de Dominicaanse Republiek. Iets anders is dat we windturbines op de daken willen plaatsen, waarmee stroom voor bijvoorbeeld de verlichting kan worden opgewekt. Maar ik zeg er meteen bij dat een project van ons er over een aantal jaar heel anders kan uitzien op het gebied van duurzaamheid. We moeten ons nog verder ontwikkelen.”

Is er ook een duurzame component aan dat eerste project?

“Ja, je moet het project zien als een aantal woonblokken op een terrein met veel groen (zie de impressie boven aan dit artikel, red.). Die groenzones hebben we bewust aangelegd. Ze absorberen namelijk warmte, waardoor er minder gebruik hoeft te worden gemaakt van airco’s in de huizen. Dat is namelijk dé grote energiekostenpost in de Dominicaanse Republiek. Iets anders is dat we windturbines op de daken willen plaatsen, waarmee stroom voor bijvoorbeeld de verlichting kan worden opgewekt. Maar ik zeg er meteen bij dat een project van ons er over een aantal jaar heel anders kan uitzien op het gebied van duurzaamheid. We moeten ons nog verder ontwikkelen.”

Hoe?

“Door veel gebruik te maken van specialistische partners. Wij zijn van mening dat we niet alles zelf kunnen weten en regelen. Op duurzaamheidsgebied bijvoorbeeld betrekken we partners met de expertise die we nodig hebben. Per project kijken we heel goed naar de lokale situatie en wat we nodig hebben aan partners. Daarbij werken we met lokale ondernemers, om de plaatselijke economie te stimuleren.”

Enne, Nederlandse ondernemers, kun je hun hulp nog ergens bij gebruiken?

“Zeker, vooral ondernemers met specifieke expertise. Zoals ondernemers gespecialiseerd in duurzame groene energie, bijvoorbeeld windenergie, maar ook specialisten op het gebied van het recyclen van afvalwater en het gebruiken van hemelwater. Of architecten en planologen die een goede kijk hebben op efficiënt en duurzaam bouwen, om onder andere woningen op een zo natuurlijk mogelijke manier zo koel mogelijk te houden door schaduwwerking en luchtstromingen et cetera. Belangrijk daarbij is wel dat het geen onbetaalbaar woningbouwproject moet worden door implementatie van te dure technologieën.”

Waarom bouw je eigenlijk niet gewoon wat blokken en ga je weer weg?

“Omdat ik – volgens mij al van kinds af aan – het belangrijk vind om mensen te helpen. Een goed gevoel is voor mij een belangrijke waarde bij mijn werk. Ik moet me goed kunnen voelen na een werkdag. De bouwwereld heeft de naam hard te zijn en daar heb ik moeite mee. Ik denk ook dat er niet veel bouwbedrijven zijn die in het buitenland aan de slag gaan en die zich dan echt bekommeren om de lokale bevolking. Het gaat hun om het winstoogmerk, waar op zichzelf niets mis mee is, maar wel als dat het enige is. Je ziet dergelijke bedrijven in het buitenland woningen bouwen, verkopen en dan vertrekken ze weer. Met als gevolg dat ze niets kunnen opbouwen, voor en mét de plaatselijke bewoners. Wij willen blijven en wel iets betekenen voor de lokale mensen.”

The post “De bouwwereld heeft de naam hard te zijn, daar heb ik moeite mee” appeared first on Grensverleggers in stedenbouw.