Blaastest op de bouwplaats

article
published at 17-10-14, by Grensverleggers Redactie

De bouw van de Yurt lodge is begonnen! Gisteren heb ik tien mannen op mijn land aan het werk gezet. Jonge, sterke, veelbelovend naar zweet geurende mannen. Ze gaan oude schuren afbreken, het puin wegbrengen en de sleuven voor toevoer en afvoer van water graven.

Geschreven door Jacobiene Ritsema

Het belangrijkste selectiecriterium wanneer je in een Kirgizisch dorp bouwvakkers en andere arbeiders inhuurt is drank. Ze moeten niet aan de drank zijn. Veel sobere mannen zijn er niet te vinden. Ik overweeg daarom de introductie van een blaastest op de bouwplaats.

Lui en onbetrouwbaar

Ik heb nog een ander criterium gehanteerd: etnische afkomst. Grigorevka is een dorp waar naast Kirgiezen ook nog steeds veel Russen wonen. Na deval van de Sovjet Unie in 1991 zijn een hoop Russen vanuit Kirgizië naar hun moederland teruggekeerd. Bestuurlijke functies worden inmiddels vooral door Kirgiezen bekleed en steeds vaker is de voertaal Kirgizisch in plaats van Russisch.

De Russen die zijn achtergebleven voelen zich niet zelden onderdrukt, maar zijn tegelijkertijd behoorlijk arrogant. Oekraïense toestanden zijn er niet in Kirgizie, maar je kunt wel spreken van een wankel evenwicht.

In Grigorevka leven Kirgiezen en Russen vreedzaam naast elkaar, maar veel begrip voor elkaars cultuur is er niet. Volgens Russen zijn Kirgiezen lui en ongeschikt voor wat dan ook. "Neem liever Iwan, Kirgiezen hebben altijd wat: de dochter van hun achterneef gaat trouwen, het lam van de buurman moet geslacht of het graf van de overgrootvader bezocht." Kirgiezen vinden Russen maar dronkenlappen die nooit hun belofte nakomen.

Ik zie vooral overeenkomsten: werkmannen van beider afkomst zien er ruig uit, ze spugen om de paar minuten op de grond en ze houden van veel en makkelijk geld verdienen. Ik zorg ervoor dat voor mijn Yurt lodge zowel Russen als Kirgiezen aan het werk zijn. Ik wil niet in een hokje terechtkomen. Of het verantwoord is? God of Allah mag het weten.

Mondkapjes zijn voor mietjes

De eerste dagen wordt duidelijk dat veiligheid op de bouwplaats serieuze aandacht behoeft. De sloopploeg staat lachend te gooien met platen asbest. “Mondkapjes zijn voor mietjes”, hebben ze me laten weten. 's Avonds neem ik de voorman mee naar binnen, tik op google images 'asbest verwijderen' in en laat hem zien welke beschermingsmaatregelen wij in Nederland nemen. De volgende dag knoopt hij een lap om zijn mond.

De graafploeg heeft een verlengsnoer meegenomen waarvan de stekker niet op het stopcontact past. Terwijl ik in huis een losse stekker zoek, roept een van de mannen mij toe: “Ik heb het al geregeld”. Als ik ga kijken zie ik de draden van het snoer rechtstreeks aan het opengeprutste stopcontact hangen.

Ik spring op de fiets naar de lokale  bouwmarkt om een stekker te kopen; die ga ik er vanavond zelf aanzetten. En dan hopen dat de Kirgizische mannen zich in hun eer aangetast voelen: dat soort dingen horen vrouwen niet te doen.

Morgen maar op zoek naar iemand die de kettingzaag kan repareren. De ketting hangt zodanig slap, dat hij er elk moment vanaf kan springen, bijvoorbeeld in het gezicht van degene die hem bedient. De jongens hebben er de omgehakte populier voor het huis mee in stukken gezaagd, terwijl de buurkinderen gezellig toekeken.

2 opties

Ik zie twee opties: 1) volgende week een verplichte workshop veiligheid organiseren voor iedereen die bij ons aan het werk is. En 2) toch maar een bord met veiligheidsinstructies. Onder het motto: “dan maar een mietje, maar wel een levende”.

Bekijk de website van Jacobiene op Belzhan.org