Betere frambozen uit Tanzania

article
published at 28-04-14, by Grensverleggers Redactie

Westerbouwing kweekt kleinfruit in de Bommelerwaard: aardbeien, frambozen, bramen en bessen. Maar het Nederlandse klimaat is niet geschikt om het hele jaar door te kunnen leveren. Daarom begon eigenaar Geert de Weert in 2005 met veredeling om de frambozenrassen ook geschikt te maken voor andere klimaten.

Min of meer toevallig kwam hij in Tanzania uit, waar een bevriende teler goede ervaringen had. Met een IMVO Voucher laat hij onderzoeken hoe de teelt daar beter en milieuvriendelijker kan.

Frambozen uit Tanzania

De Weert: "De vraag naar frambozen blijft maar stijgen. Daarom willen we ze het hele jaar door in de schappen hebben. Hollandse frambozen kun je vanaf mei krijgen, maar frambozen uit Tanzania al vanaf oktober. We leveren niet alleen in Nederland. Gelukkig niet, want wij eten helemaal niet zo veel 'kleinfruit'. Maar in Noorwegen bijvoorbeeld gaat het juist heel hard. We leveren daar aan de Bama supermarkten, 10 jaar geleden verkochten die in het winterseizoen nog 80 ton frambozen, nu is dat 1600 ton. En ook op andere plekken in de wereld zien we een sterke stijgende lijn: mensen willen meer gezonde snacks."

Nieuwe rassen

"Van oudsher kweken we ons kleinfruit in Nederland, maar sinds een jaar of twaalf zijn we ook actief op plaatsen waar dat nog niet eerder gedaan werd. Zoals Tanzania en Indonesië bijvoorbeeld. Door veredeling hebben we nieuwe rassen ontwikkeld die daar goed kunnen groeien. Ze zijn toleranter voor hogere temperaturen en minder gevoelig voor ziekten en plagen.

Een van onze doelen is om residuvrij te zijn, en zo een betere marktpositie te krijgen. Niet helemaal zonder bestrijdingsmiddelen, maar zo weinig mogelijk. We gebruiken de IMVO Voucher van MVO Nederland om te onderzoeken hoe we op een milieuvriendelijke manier een gunstig klimaat voor de planten kunnen creëren. Bijvoorbeeld met biologische middelen, zoals roofmijten en nuttige schimmels en bacteriën. Daardoor zijn minder bestrijdingsmiddelen nodig.

Bovendien willen we op substraat gaan kweken, in plaats van in de bodem. Zo hoeven we de ondergrond niet te besmetten met kunstmest. Op substraat heb je geen last van bodemziektes. Al met al krijgen we het teeltsysteem beter onder controle, en kunnen we efficiënter omgaan met water en meststoffen."

Samenwerking

"De kennis die we hier in Nederland opdoen willen we doorzetten naar onze nevenbedrijven in het buitenland. In Tanzania zijn we grootaandeelhouder in Kilihortex, van de Nederlandse familie Koster. Koster senior zit al lang in Afrika, eerst als inkoper, daarna als teler. Sinds 2000 werken we behoorlijk nauw samen.

De onderzoeker die we inhuren is de firma Verbos. Daar hebben we niet eerder mee samengewerkt, maar ze zijn ons aangeraden door Fruit World Breda, een andere partner en mede-aandeelhouder van Kilihortex. We hebben zo een 3-in-1 combinatie van kennis, teelt en afzet. Wij hebben de kennis, Kilihortex de teelt, en Fruit World de afzet."

Op naar een nieuw perceel

"We gebruiken de IMVO Voucher ook om een businessplan op te zetten waarmee we externe financiers aantrekken. Met de kweek van frambozen in Tanzania hebben we de afgelopen 3 jaar een bewezen concept neergezet, en nu willen we de slag maken om de farm daar te vertwee- of verdrievoudigen. We zoeken nog naar een geschikt perceel om uit te breiden. Iets tussen de 30 en 50 hectare, met goede toegang tot water en niet te ver van een luchthaven."

Tanzania

"Waarom Tanzania? Het is gunstig tuinbouwgebied. De grond is redelijk goed, er is voldoende water, het is niet te warm, niet te koud. Voor de leveranciers van de stekjes is het fijn dat de luchtvochtigheid erg laag is. De kosten voor arbeid trouwens ook, dat weegt weer op tegen de luchtvrachtkosten. Ik ben er regelmatig, zo’n 3 of 4 keer per jaar. Toen we er begonnen spraken we vooral Engels, maar er zitten nu zoveel Hollandse tuinbouwers, je kunt gewoon Nederlands praten. Wel zo prettig."

De kleur van een framboos

"We blijven innoveren en nieuwe frambozenrassen ontwikkelen. Een van onze belangrijkste criteria is de kleur. Een framboos moet mooi helder rood zijn en niet te snel donker worden. Rassen uit het verleden werden na zo’n 3 dagen donkerder, en consumenten willen ze dan niet meer. Onze nieuwe rassen kleuren minder snel door, en zijn dus langer houdbaar. En ze gaan als een speer. We hebben ze 3 jaar geleden geïntroduceerd en inmiddels staan in Europa al meer dan 150 hectare mee vol. Als je toen tegen me had gezegd 'in 2014 heb je 50 hectare' was ik daar al heel blij mee geweest.

We doen ook geen concessies op het gebied van smaak. Maarja, hoe smaakt een goede framboos? Er is weleens onderzoek naar gedaan, daaruit bleek dat 40 procent van de Nederlanders niet weet hoe een framboos smaakt. Wat is dan lekker? Ik gebruik graag een uitspraak van mijn collega uit Nieuw Zeeland, die zegt: zorg voor een pleasant eating experience, dan heb je je doel bereikt. Daar geloof ik in. Als ik zelf een nieuw ras probeer en ik spuug hem niet meteen uit, dan mag ie blijven."



Set up by