Afrika: relativeringsoord

article
published at 02-06-14, by Joost de Kluijver

Toch wel spijtig dat Afrika niet gewoon ergens in de buurt van Utrecht ligt. Het zou zo mooi zijn als heel Nederland onderweg naar een bezoekje aan de Efteling of het strand, er niet omheen zou kunnen een blik op te vangen van het magisch realistische continent. Of liever nog, er de plaspauze of het koffiemomentje inplant.

Want er is zoveel te leren; over onszelf, onze positie in de wereld - en de wereld in het algemeen, door de Afrikaanse culture shock (en de bijbehorende klap in het gezicht) mee te maken. Zo ook op de vlakken waar ik me de laatste jaren mee bezig heb gehouden; duurzaamheid en sociaal ondernemerschap in landen als Ghana.

Vanuit onze ivoren toren

Want waar we in ons knusse, maar ivoren-toren-landje de luxe hebben om bijvoorbeeld afval minder problematisch te maken door het uit zicht te houden, onder het mom van energiewinning in enorme fabrieken verbranden, of, wat helaas nog steeds gebeurt, voor een karige beloning af te wimpelen op ontwikkelende landen, gaat het in Ghana anders. Daar zie je buiten de hoofdstad een plek, eigenlijk een hel wijk, waar al een generatie lang elektronisch afval gedumpt wordt. En vervolgens verbrand. En daarna door de zeestroming of de regen wordt meegevoerd. Elke dag.

Een enorm probleem! Vond ik - en met mij velen die hoestend van de dump plek vandaan kwamen. Een plek waar vooral jonge mensen hun dagelijks bestaan bij elkaar scharrelen met de verkoop van verontreinigd - en zelfs chemisch - metaalhoudend afval.

Andere zorgen

Toen ik op een duurzaamheidsconferentie in Oeganda hierover presenteerde, raakte ik niet echt een gevoelige snaar. Bodem- en luchtvervuiling? CO2 uitstoot beperken? Afval scheiden? Niet echt prioriteit, leek men te zeggen. Een andere spreker had het over een probleem dat beter begrepen werd: mensen moeten minder hout stoken in hun huis, want als ze minder hout nodig hebben hoeven vooral de vrouwen minder vaak het bos in om hout te kappen, waardoor ze minder risico lopen op (seksueel) geweld. Ah, ja, dat is inderdaad een ander niveau van duurzaamheidszorgen.

Terwijl we ons hier zorgen maken of de fonkelnieuwe auto’s wel onder de 100 gram CO2 per km komen, of de allernieuwste uitvinding lauweren waarbij op nóg inventievere wijze biodiesel uit alg wordt gewonnen, is in de meeste Afrikaanse landen nog niet eens stap één gezet naar duurzaam gedrag. En wat wil je met cijfers als “75% van de bevolking van 170 miljoen leeft onder de armoede grens” (Nigeria), of “65% van de bevolking van 95 miljoen heeft geen betrouwbare waterbron” (Ethiopië).

Bizar en enigszins stuitend is het dan ook wel om in het Westen te zien hoe men zich inzet om het summum van groen, zuinig of eerlijk te bereiken, als je tegelijkertijd ziet hoeveel meer er bereikt kan worden met dezelfde inzet, maar dan besteed aan de – helaas minder sexy – kant van duurzaamheid die in ontwikkelende landen mondjesmaat in zwang komt.

Onbegonnen werk?

Je zou kunnen denken dat het onbegonnen werk is om daar echt iets aan te veranderen, maar tegelijkertijd is het net als ondernemen in Afrika; met de kennis die we in Nederland hebben, kunnen we een enorme impact hebben en een klein startkapitaal is daar goud waard. En het allermooiste; je gaat dan ook de bevlogen Afrikanen tegenkomen. Mocht ik hierboven de indruk heb gewekt dat die er niet zijn; mijn fout.

Juist duurzaamheid, met haar softe boodschap en sterke noodzaak om met iets meer dan geld alleen bezig te zijn, leent zich goed voor de meest voorkomende werkwijze in Afrikaanse landen; de informele werkwijze. Want zo ben je samen met je lokale partner bezig om zijn vrienden en familie te mobiliseren “afval telefoons” in te zamelen bij reparatie winkels, zo stelt hij voor ook eens met zijn kerk te praten. En zit je een volgend bezoek in een kerkmis te luisteren hoe de predikant verkondigt dat recycling van mobiele telefoons een groot goed is en iedereen mee moet doen. Of zoals afgelopen week: dat je partner ineens kan voorstellen de bus van zijn familie om te bouwen, om ermee door Ghana te gaan rijden; mobiele telefoons inzamelen. Ik zeg: doen!

Je kan zeggen wat je wil, maar de gevoel dat jouw acties tot iets goeds en groters leiden – en er toe doen – is onovertroffen. Onovertroffen maar ook noodzakelijk. Of om een paar van de laatste woorden te gebruiken van één van mijn grootste inspiratiebronnen, wijlen Wubbo Ockels: “Only if we believe in our individual role to make Humanity sustainable, we will survive and we can survive”.