7 jaar vrolijke gekte in Kenia. Hoe anders is Rwanda?

article
published at 18-02-14, by Chantal Heutink

Landen in sub-Sahara Afrika worden vaak over één kam geschoren. Zeker als je daar zaken wil doen is dat gevaarlijk. Ik ben op uitnodiging vier dagen in Rwanda geweest, om I-Care te introduceren en te kijken of we hier zaken kunnen doen.

Met verwondering neem ik het allemaal in me op. Ik ben zeven jaar gekte, relatief ongeorganiseerd, luidruchtig, relaxed en vrolijk Kenia gewend. Er zijn zeker regels waar je je aan moet houden, maar er is ook een enorme vrijheid. Hoe anders is Rwanda.

Klein vliegveld, verschillende loketjes. Eerst je VISA regelen, dan pas mag je door voor de paspoortcontrole. Het personeel is vriendelijk. Behulpzaam en bedeesd word ik te woord gestaan.

In Kigali kijk ik mijn ogen uit, brede wegen, palmbomen, super schoon en super georganiseerd. Stoplichten zijn er om ervoor te stoppen als ze op rood staan. Alle piki piki-rijders dragen een helm en hun passagiers moeten er ook eentje op. Hele gezinnen op een motor? Ik heb het niet gezien. Lawaaierige Matatus? In geen velden of wegen te bekennen.

Rwanda, het groene land van de heuvels, met achter deze façade veel armoede. Het is bijzonder om te zien hoe veerkrachtig de mensen zijn, hoe men ondanks de immense pijn van de genocide en verwoesting in 1994 in staat is geweest het land weer op te bouwen.
Dagen voor mijn vertrek hebben we pakketjes I-Care pads naar Rwanda gestuurd, maar we hebben gelazer bij customs. De directeur van een van de partners maakt zich zorgen hierover.

Jarenlang heeft hij een goede relatie met de overheid opgebouwd, en hij heeft geen zin in reputatieschade door regels te overtreden. Na dagen gesteggel, testen van de pads op o.a. giftige stoffen en het betalen van de rekening, krijgen we het verlossende woord, de pads zijn vrijgegeven.We willen een pilot doen op scholen en kijken of er interesse is. Ik denk dan, hup scholen bezoeken, langs de Districts Education Officer gaan om te vertellen wat je komt doen en gaan met die banaan. Maar zo makkelijk gaat het allemaal niet.

Voordat ik überhaupt een stap in een school heb gezet, moet ik eerst langs allerlei ministeries: eerst Educatie en de volgende dag Health. In principe juicht men het allemaal toe en staat dit programma heel hoog op de agenda, maar er moet ook toestemming komen van het Rwandees Bureau of Standard. Daar moeten we dus ook langs. Volgende week mogen we een presentatie geven aan het Technical Committee.

Die formele mallemolen valt me niet mee. Ik ben ondernemer, ik wil het liefst meteen aan de slag. Maar als ik hier zaken wil doen en de verantwoordelijke instanties mee wil krijgen, moet ik deze gevoelens echt even overboord gooien en accepteren hoe het eraan toegaat. En eerlijk is eerlijk, als je hun zegen hebt, ligt de wereld voor je open en krijg je de benodigde medewerking. Het is ook verrassend hoe snel je bij de ministeries terecht kunt.

Het is voor mij een wijze les. Al heb je als grensverlegger de nodige ervaring opgedaan, elk land heeft zo zijn eigen regels, do’s en don’ts. Verdiep je erin. Of nog beter, zorg dat je een locale partner hebt die je wegwijs kan maken. Het was een pracht ervaring in Rwanda, met dank aan Christina van Cordaid en het HDP team Christian, Alice en Ariane!

Deze blog maakt onderdeel uit van een reeks op Grensverleggers